Opinie: Apple moet af van de grote jaarlijkse software-updates
Lars Paymans

Ieder jaar presenteert Apple in juni de grote software-updates die een paar maanden later naar de iPhone, Mac en Apple Watch komen. Wat ons betreft is het tijd om van dit jaarlijkse schema af te stappen, want het brengt het bedrijf steeds vaker in de problemen.

De Apple jaarlijkse updates zijn achterhaald

iOS 12, watchOS 5 en de nieuwe versie van macOS, je kunt er de klok op gelijk zetten dat deze updates in juni worden aangekondigd, een aantal bètaversies krijgen en vervolgens in september beschikbaar komen. Dat geeft Apple de kans om groots uit te pakken om de updates onder de aandacht te brengen.

iOS 11 update

Ceo Tim Cook vertelt trots over de revolutionaire nieuwe functies tijdens WWDC, en in de aanloop naar de release vult het YouTube-kanaal van het bedrijf zich met trailers die de updates er op zijn best uit laten zien. Tegelijkertijd geeft het de softwareteams van Apple een keiharde deadline: in juni moeten alle grote nieuwe functies van het jaar klaarstaan, de rest schuift door naar het jaar erna.

Inzoomen op details

Jarenlang werkte deze strategie goed, maar nu updates zich steeds vaker op details focussen en stabiliteit belangrijker wordt, is het tijd voor verandering. Vorig jaar nog bleek iOS 11 één van de meest onbetrouwbare updates die Apple ooit uitbracht voor de iPhone en iPad. We komen nu nog steeds bugs tegen in de software die met tussentijdse updates snel moeten worden opgelost, hetzelfde geldt voor macOS.

Daarom zou Apple dit jaar zelfs grote nieuwe functies uitstellen naar 2019 om met iOS 12 vooral op stabiliteit en betrouwbaarheid te focussen, aldus de geruchten. Ook bekend analist Ming-Chi Kuo zegt dat innovatie op het gebied van software Apples grootste obstakel is de afgelopen jaren. “Terwijl Apples hardware zich blijft vernieuwen, innoveert de software zich nauwelijks meer”, aldus de analist. “Dat gaat voor problemen zorgen om de nauwe band tussen hard- en software te behouden.”

iOS 11.3 releasedatum bekend

De oplossing zagen we al met iOS 11.3; een tussentijdse update die nieuwe Animoji, de accubeheerfunctie en meer introduceerde. Grote nieuwe functies en verbeteringen die niet tot september konden wachten. Door nog meer in te zetten op deze tussentijdse updates, heeft Apple meer vrijheid om de releasedatum te bepalen. Hierdoor kunnen ontwikkelaars gemakkelijker een paar extra weken uittrekken om fouten uit de software te vissen, die nu vaak pas worden ontdekt als het al te laat is.

Een nieuwe kans voor Apple

Apple zit hiermee in een unieke positie. Omdat het bedrijf zowel de hard- als de software overziet, kan het deze stap een stuk gemakkelijker zetten dan concurrent Android. Tel hierbij op dat iOS-gebruikers razendsnel updates installeren en dat Apple als geen ander in contact staat met zijn gebruikers.

Apple kan ook in deze nieuwe situatie nog van WWDC gebruik maken om nieuwe functies aan te kondigen, maar deze vervolgens verspreid over het jaar uitrollen. Zo weten app-ontwikkelaars nog steeds wat ze te wachten staat, maar verschijnt er pas een update als de software er ook echt klaar voor is. Laten we hopen dat Apple hier zelf ook belang van inziet, want de nauwe band tussen hard- en software is juist wat de iPhone en andere Apple-producten zo goed maakt.

Lees het laatste nieuws over iOS 12

Draag ook bij aan dit artikel

Deel je kennis of stel een vraag. Dat kan anoniem of met een Disqus account.